Reactie VRA (Vervoersregio Amsterdam) zienswijze

Uittreksel beantwoording Zienswijzen dd. 28 feb. 2023  – hier zienswijze Hart voor Stad.

Dank voor de uitgebreide opsomming en het advies om oplossingsrichting 1 (verdiepen spoor) uit de verkenningenstudie nogmaals te onderzoeken. Kortheidshalve verwijzen wij naar antwoord 3.1 waarin het proces omtrent het de keuze en het in 2019 genomen besluit voor de verdiepte weg is toegelicht.

Op basis van de moties van de raad is begin 2022 aanvullend een MKBA-light uitgevoerd (rapport afgerond op 10 mei 2022) om nog een keer de verschillen te onderzoeken tussen een verdiept spoor of verdiepte weg. Dit in aanvulling op de eerder gemaakte principiële keuze voor de verdiepte weg, die vanaf de planstudiefase vanaf 2019 tot en met nu is uitgewerkt en bestuurlijk voorligt als voorkeursalternatief. Ook is er begin 2022 een second opinion op de kostenraming uitgevoerd (rapport afgerond op 20 mei 2022). In jan/feb 2022 zijn met de raadsdelegatie en u de uitgangspunten van die onderzoeksopzet doorgesproken.


De resultaten van de MKBA-light en de second opinion zijn, voordat onomkeerbare beslissingen betreffende het project Guisweg genomen moesten worden, met de raad besproken in de zomer van 2022. Geconcludeerd is dat de uitkomsten van de MKBA-light en de second opinion de conclusies uit 2019, zijnde de keuze voor de verdiepte weg, niet hebben doen veranderen. In de MKBA-light is middels een gevoeligheidsanalyse ook gekeken wat een goedkopere tunnel (lees: kortere tunnel) zou betekenen voor de resultaten van de MKBA-light. Ook daar was de conclusie dat zelfs met een kortere verdiepte ligging van het spoor, een verdiept spoor nog steeds bij lange na niet op zou wegen tegen de keuze met verdiepte ligging van de weg. We snappen dat de resultaten van de MKBA-light en de second opinion u als voorstander van een verdiept spoor niet tevreden stellen, en dat u liever een andere uitkomst had gezien. De veronderstelling dat het onderzoek niet goed is uitgevoerd en dat het onderzoek nóg eens gedaan zou moeten worden met een kortere verdiepte spoorligging, onderschrijven wij niet. Nog een aanvullend onderzoek hierop maakt dus geen onderdeel uit van de besluitvorming omtrent het definitief voorkeursalternatief. Diverse andere genoemde zorgen betreffende het voorlopig voorkeursalternatief zijn herkenbaar. Een aantal daarvan zijn reeds geadresseerd in de nadere uitwerking naar het definitief voorkeursalternatief, zie ook hoofdstuk 2. Anderen worden, waar mogelijk, meegenomen naar de verdere uitwerking in de volgende projectfase. Binnen het projectproces wordt per fase verder getrechterd en wordt ook informatie opnieuw getoetst. Zo werken we stap voor stap naar steeds concretere oplossingen, zie hiervoor ook het overzicht met doorgevoerde optimalisaties uit de afgelopen fase in hoofdstuk 2.

Voorlopig voorkeursalternatief
U geeft ook een aantal inhoudelijke bezwaren op het voorlopig voorkeursalternatief. De oplossingen hiervoor, worden voor zo ver mogelijk hieronder benoemd:

• Wegontwerp: zie kortheidshalve de doorgevoerde optimalisaties in hoofdstuk 2 en de toelichtingen in hoofdstuk 3 betreffende de ‘switch’ en het vrachtverkeer dat de route deelt met fietsers. De genoemde zorgen worden herkend. De T-aansluiting blijft wel behouden. T-splitsingen zijn een heel gebruikelijk fenomeen, ook in verdiepte bakken en staan niet als onveilig bekend.

• Fietstunnel: deze is rolstoel toegankelijk gemaakt middels aangepaste hellingshoeken en een voetpad langs de gehele lengte van de tunnel, zie ook antwoord 3.10.

• Verkeersdoorstroming en alternatieve (sluip-)routes: naast genoemde optimalisaties en uitgevoerde onderzoeken, wordt de verkeersdoorstroming in de planuitwerkingsfase verder uitgewerkt. In de planstudiefase is onderzocht of de beschikbare infrastructuur in het voorlopig voorkeursalternatief voldoende doorstroming kan bieden. Zie verder de antwoorden bij 3.5 tot en met 3.7.

• Fasering en uitvoeringsduur: er is alvast verkennend onderzocht hoe het werk gefaseerd kan worden. Bij dit onderzoek zijn diverse harde eisen geformuleerd over bereikbaar houden van belangrijke routes, zoals de Provincialeweg, oost westverbindingen en minimale buitendienststellingen van het spoor. Hieruit is gebleken dat dit probleemloos op diverse manieren mogelijk is. Dit zal in het vervolgproces en later met de aannemer nader uitgewerkt worden tot een optimale fasering.

• Planningsrisico’s: proceduretijden, inclusief bezwaarprocedures zijn inderdaad een aandachtpunt en de projectplanning is hierop aangepast. De planning is hiermee vertraagd, dit heeft vooralsnog geen gevolg voor invoering van PHS.

• Sportvelden: het betreft de tennisvelden. Met beide verenigingen is gezamenlijk overleg en wordt voorzien in een gedragen oplossing met - naar oordeel van de verenigingen - voldoende tennisvelden en padelbanen.

• Aspecten ten aanzien van gronden derden, kabels & leidingen en (mogelijk) verontreinigde grond: dit zijn juiste vaststellingen en voor zo ver nog niet afgehandeld, onderdeel van de planuitwerkingsfase, Overigens vrij gebruikelijke aspecten die in veel projecten tijdens de planuitwerking nader uitgewerkt worden.

• Bewoners: vanuit de inspraak en ook gesprekken, merken wij dat er zowel positieve als negatieve sentimenten zijn. Betreffende hinder, dit is en wordt samen met de focusgroep beoordeeld en opgepakt.

 Terug naar onze Zienswijze of naar start